TORONZO CANNON - WESPELAAR - 20/08/16

Artiest info
website  
 

WESPELAAR - 20/08/16

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tijdens Swing Wespelaar 2016 was op zaterdag 20/08 Toronzo Cannon, een andere “Chica” (“Chica’s”, want zo noemen de inwoners van Chicago zichzelf), zeker één van de namen, die vandaag nog bij de aanwezige blues liefhebbers bijgebleven is. Toronzo Cannon’s debuut bij ‘Delmark’, katapulteerde hem van locale nieuwkomer tot een van Chicago’s meest gevierde blues mannen. Begin 2016 debuteerde Cannon met “The Chicago Way” al eerder bij het andere Chicago label ‘Alligator Records’. "To be on two historic Chicago labels is huge…” adus Cannon en, Bruce Iglauer (de baas van het Alligator label) vult aan: "I've watched Toronzo grow as a singer, player and songwriter over the last few years. He's now become a major blues talent, using the Chicago blues traditions as a launching pad to create his own unique, and very contemporary, vision. His music comes right from the heart of the city…"

Toronzo Cannon is in 1968 geboren in Chicago, groeide op bij zijn grootvader, in de schaduw van Theresa's Lounge, een van de meest beroemde blues clubs in de South Side van Chicago. Als kind genoot Cannon van een glimp van Junior Wells, Buddy Guy en, van “whomever was making music”.  Op zijn tweeëntwintigste kreeg hij zijn éérste gitaar en, via de reggae, belandde hij in de blues: "It was dormant in me. But when I started playing the blues, I found my voice…" Hij leerde spelen, door te luisteren naar Albert Collins, Hound Dog Taylor, B.B. King, Albert King, Freddie King, Al Green, Jimi Hendrix, J.B. Hutto, Lil' Ed en…

[Theresa McLaurin Needham (1912-1992) aka “the mother of the Chicago blues" is in 2001 postuum geïntroduceerd in de ‘Blues Hall of Fame’. Theresa was gehuwd met Robert Needham. Ze verhuisde in de jaren ’40 naar Chicago. Ze opende in december 1949 in de kelder van haar appartement in de South Indiana Avenue in de South Side van Chicago de muziek club ‘Theresa's Lounge’ (ook ‘T’s Basement’ genoemd). Daar traden o.a.  Junior Wells, Buddy Guy (in de “house band”) op en tourende muzikanten als Muddy Waters, Jimmy Rogers, Otis Spann, Little Walter, Otis Rush, Earl Hooker en Howlin' Wolf. De club verhuisde in 1983 omdat Theresa weigerde om haar huurcontract te vernieuwen. In 1986 sloot de club definitief. Teresa Needham stierf in 1992 in Chicago. / nvdr.]

Cannon speelde éérst als sideman voor Wayne Baker Brooks en Joanna Connor, om daarna in 2001 bandleider, zanger / gitarist te worden van zijn eigen band. Als songwriter, zoekt hij in zijn teksten over dagdagelijkse dingen, contact met zijn publiek.

Na een korte kennismaking, begonnen we in Wespelaar in het schooltje naast de kerk, met een warm en welkom gevoel aan dit gesprek met een Chicago blues man, die nog steeds een full-time job als bus chauffeur heeft…

"Chicago blues is still alive", zo vertelt hij,  "I'm not trying to carry a torch, but I am proud to be part of a movement, standing on the shoulders of every great Chicago blues musician who came first..."

Mr Canon, als geboren “Chica”, groeide je op in de schaduw van ‘Theresa’s Lounge’, wat ooit Chicago's Mecca of the blues was. Je leefde er als tiener naast legendes als Junior Wells en Buddy Guy… Je moet, veronderstel ik, zeker “voorbestemd” geweest zijn, om een Chicago Blues man te worden?…

Ik denk van niet, omdat het te maken heeft, met bepaalde omstandigheden. Ik hield van muziek en van de dingen die er mee te maken hebben. Ik ben er niet zeker van, dat ik muzikant geworden ben, omdat ik als tiener aangetrokken was door muziek. Het heeft me zeker wel beïnvloed in mijn latere leven.
Muzikant door de omgeving waarin ik leefde?
Waarschijnlijk wel. Ik luisterde naar R&B en new wave, naar muziek uit de jaren ’80… Dat was toen de sound van de tijd. Mijn broer bracht platen van Blondie, T-Bone en… mee naar huis en zorgde ervoor, dat ik die muziek leerde kennen. In mijn familie ben ik de enige die muzikant geworden is.

Ik kende Theresa’s club, maar geen andere blues legendes, die in mijn omgeving geleefd hebben. Ik was ergens in de twintig, toen ik besloot om muzikant te worden. Ik kon geen basketballer worden, keek soms naar een (Bob Marley Chords & Tabs) video en was vaak thuis. Mijn zus speelde piano en ik luisterde veel naar de radio. Ik amuseerde me.

Ik belandde eerder toevallig in de blues muziek. Bij mijn grootvader thuis, was er veel muziek te horen. Mijn grootmoeder draaide, meestal als er bezoek kwam, Little Walter, BB King, Cooke... Het was toen voor mij “the music in the house”, niet “the blues music”… Als kind was dit voor mij “muziek” en waren er nog geen genres.         

Aanvankelijk (van 1996 tot 2002) was je sideman en speelde je o.a. met Tommy McCracken, Wayne Baker Brooks, L.V. Banks en Joanna Connor. In 2001 besloot je om je eigen band ‘The Cannon Ball Express’ op te richten. Wat deed je uiteindelijk dit besluit nemen?...
(Ik vraag je dit o.w.v. dit detail: je bent nu niet alleen muzikant, maar ook nog steeds, beroepsmatig buschauffeur!...)

Juist, ik ben begonnen als sideman. Met Tommy McCracken deed ik mijn eerste optreden (lachje). Ik speede met Wayne Baker Brooks, L.V. Banks…
Tot in 2001…
Ja, toen begon ik met een eigen band, The Cannon Ball Express.
Waarom?
Omdat ik van beide (sideman zijn en met mijn eigen band optreden) het beste wou meepikken: “the best of both worlds, you know…”?  Ik was onzeker of ik het wel kon met een eigen band en daarom koos ik aanvankelijk voor het zekere, voor beide.
Je bent nu nog altijd niet enkel een muzikant!...
Neen, ik ben daarnaast ook nog altijd buschauffeur in Chicago. Ik doe dit nu al vierentwintig jaar. (We interviewden hem zaterdag) Ik moet maandag opnieuw aan de slag. Ik doe dit als “veiligheid”. Ik heb een familie, mijn dochter is veertien… Als dit (muzikant zijn) zou stoppen, kan ik nog altijd mijn zaken betalen, alles behartigen. Ik ben door enkele muziek stations al enkele keren in mijn bus gefotografeerd geweest. (Gelach) Maandag om zes uur ‘s morgens, begin ik weer te rijden…   

Met je recente album “THE CHICAGO WAY” debuteerde je bij Bruce Iglauer’s (de baas van) ‘Alligator Records’. Moet ik dit zien als een beangrijke “move”? Was dit ook o.w.v. nieuwe “challenges / opportunities”?

Klopt. Ik heb eerder in Chicago twee albums bij Delmark uitgebracht en debuteer nu bij Alligator Records. De verhuis naar Alligator was inderdaad erg belangrijk voor mij. Ik denk dat de mogelijkheden nu veel groter zijn. Het is een groter label en het biedt ruimere “opportunities”. Met ruimer bedoel ik zeker de promotiemogelijkheden van de artiest. De vraag is nu groter. Lonnie Mack is nu een van mijn collega’s…

(We vertellen hem kort even over onze ontmoeting met Bruce Iglauer, de met – als alligators - de tanden klikkende president van Alligators, die we vorig jaar tijdens Gevarenwinkel Blues & Roots Fest. konden interviewen, omdat hij er was met twee van zijn pupillen…)

Is het nummer (#7 op het album) “Chickens Comin’ Home To Roost” een bewuste knipoog en misschien ook wel een “hommage” aan Buddy Guy?

In Amerika is er het gezegde “chickens are coming home to roost”. Men bedoelt daarmee, dat je in het verleden slechte of domme dingen gedaan hebt, die problemen beginnen te veroorzaken. In het verleden was er  te veel hebzucht en nu de kippen thuiskomen om op hun stok te komen slapen, stijgt de misdaad en corruptie…
Is de song een link met Buddy Guy, een soort van “hommage”?
(Lachje) Je kan in Chicago als muzikant niet leven zonder beïnvloed te zijn door Buddy Guy. Toen ik dat nummer schreef, dacht ik niet alleen, specifiek aan Buddy. De nummers op het album zijn voor mij een soort van denken aan meerdere artiesten rond mij. Met “The pain Around Me” denk ik aan Luther Allison, bijvoorbeeld. Of,  bij een slow blues aan Guy Davis… 

Hoe persoonlijk zijn de nummers op het album? Ik noem hier “Bad Contract” / “Midlife Crisis” / “Strength To Survive” en… “When Will You Tell Him About Me?”…

(Lachje) Het meest autobiografisch nummer is “Strenght To Survive”…  Hierin gaat het over hoe het gaat in mijn leven. Soms is het moeilijk om ‘s morgens om vijf uur op te staan, om met een bus te gaan rijden, wetende dat je enkele dagen eerder in Frankrijk, Duitsland en België geweest bent. De mensen die er op je bus zitten weten niet, (hij verbetert zelf) zij geven er niet om, wat je in de voorbije 24 uur gedaan hebt. Het merendeel weet zelfs niet wie je bent en wat je doet. Mij niet gelaten, ik probeer hen de juiste diensten te leveren…   

Vorig jaar was je de “headliner” tijdens het ‘’Chicago Blues Festival’. Een erkenning?

Klopt, ik stond er naast Buddy Guy en Shemekia Copeland tijdens de headlining show.
Een erkenning?
Ik heb mezelf altijd in vraag gesteld. Doe ik de juiste dingen, werk ik aan de juiste weg?... Door dit optreden werd ik met een slag in het gelaat wakker gewekt. Ik stel me nog steeds vaak in vraag. Dit optreden bevestigde dat ik de juiste weg ben ingeslagen!...

Je reist erg veel. Hoe verschillend zijn Amerika en Europa muzikaal?...

Muziek is muziek. Het geeft een bepaald gevoel aan de mensen, creëert een “feel good” gevoel. Soms heb ik het gevoel dat mijn verhalen, mijn teksten niet goed begrepen worden. Ik zet daarom altijd alle teksten op mijn website.

In Amerika zijn er zoveel grote artiesten en ik kreeg de kans om (meerdere keren per jaar!) naar Europa te kunnen komen. Ik voel me gelukkig, you know!...

Zijn er voldoende jonge muzikanten om de opvolging te verzekeren?... Graag enkele namen, die hierbij in je opkomen?

In de blues wereld? Heel zeker!
Namen?
Christone “Kingfish” Ingram, de jonge gitarist uit Clarksdale, bijvoorbeeld. John Clayton Mayer, een gitarist uit Montana. Ze zoeken een plaats, de juiste mensen…     

Heb je ook zo iets als een muzikale “bucket list”? (Dingen die je nog zou willen doen?)

Ja, zeker weten! Optreden met Buddy Guy. Buddy vertelde me, toen ik met mijn vrouw in zijn club was, dat hij van mijn songs houdt. Hij vroeg me toen om de tekst. We zijn er heel dicht bij… Samenwerken met Gary Clark Jr., nummers schrijven voor Shemekia Copeland en Nikki Hill. Dat is mijn bucket list, dit zijn mijn vier punten... Vorige weet praatte ik met Keb’ Mo’. Hij is, naast Robert Cray en Bobby Womack, een van mijn grote invloeden.

Als je zou kunnen herbeginnen, wat zou je dan anders doen?

Ik zou het opnieuw en op dezelfde manier doen, omdat ik altijd getracht heb om de juiste dingen te doen. Ondanks de “business”, om eerlijke dingen te doen. Ik zal nooit trachten te slijmen bij mijn promotor. Ik heb mijn bus als “back-up” achter me en zal nooit vrienden verloochenen, om een optreden te kunnen / te moeten vast krijgen. Ik heb verhalen, die ik wil vertellen, ik wil blijven optreden…  

Wat heb je door je muziek over jezelf geleerd?

Iemand vroeg me ooit of ik dromen heb. Dit was géén droom, dit gebeurde! Ik heb een job en ik speel muziek.
Ik wou Chaka Khan ontmoeten, maar dat was een andere droom… (Hilarisch gelach)

[Chaka Khan, pseudoniem van Yvette Marie Stevens, is een Amerikaanse singer-songwriter. Zij is de oudste van de vijf kinderen van Charles Stevens en Sandra Coleman. Haar zus Yvonne is bekend als de zangeres Taka Boom. /Nvdr]       

Je moet als muzikant in je aanpak proberen de dingen anders te doen. Ik ben een muzikant uit Chicago en ik moet proberen het verschil te maken. Dat heb ik geleerd. Delmark, mijn éérste label, gaf me die kans en nu is er Alligator Records. Ik blijf proberen om mijn ding goed en correct te doen. 

Wat mogen we straks verwachten? Wat staat er op je set list?...

Ik heb een “minimale” set list in mijn hoofd en voor de rest luister ik naar het publiek. Ik hou de eenvoudige nummers voor op het einde, voor de climax.

Mr. Toronzo Canon, that were my questions. Thank you again for your time and thank you for your music!

(Hierna nam Cannon zijn gitaar en volgde er nog de korte “usual” Rootstime unplugged… Yes, we are lucky Rootstime people!...)

Thank you again Mr. Thoronzo Cannon!... Hope to meet you in Chicago!

Eric Schuurmans

meer foto's

 

 

 

ROOTSTIME UNPLUGGED